Foto’s: Stéphane Boulenger & Ozone Chabre Open, Martijn van Dijk
Je staat op een startplaats met bijna honderd andere piloten. Schermen liggen in kleurrijke rijen over de helling. Om je heen klinkt het bekende gepiep van variometers, terwijl iedereen regelmatig omhoog kijkt. Naar de lucht. Naar de wolken. Naar elkaar. Voor veel recreatieve piloten is dat beeld al genoeg om wedstrijden af te schrijven. Te druk, te spannend, te hoog niveau. “Dat is niets voor mij.”
Air Time-instructeur Mike Ravelli moet daar altijd een beetje om glimlachen. “Dat dacht ik vroeger ook,” vertelt hij. “Ik zag alleen maar toppiloten enorme afstanden vliegen en dacht dat je daar pas thuishoorde als je ontzettend goed was.” Toch schreef hij zich ooit in voor zijn eerste wedstrijd. Niet om te winnen, maar uit nieuwsgierigheid: nieuwe vlieggebieden ontdekken, zichzelf uitdagen en vooral beter leren vliegen. Misschien wel de beste beslissing uit zijn vliegcarrière
Een vliegende klas

Vraag Mike waarom hij nog steeds wedstrijden vliegt, en het antwoord gaat verrassend weinig over het klassement. “Tuurlijk, ik ben best competitief,” zegt hij lachend. “Maar ik vlieg wedstrijden vooral omdat ik er iedere keer weer ontzettend veel leer.” Een wedstrijd is volgens hem één grote vliegende klas. Je ontdekt nieuwe gebieden, leert lokale weersystemen begrijpen en ziet hoe tientallen andere piloten dezelfde omstandigheden benaderen. Elke keuze die iemand maakt, wordt een leermoment.
En je doet dit eigenlijk onder begeleiding, want de organisatie regelt bijna alles voor je: van een haalbare route die past bij het weer en het gebied, tot een tracker die altijd doorgeeft waar je bent en een busje dat je ophaalt als je de landing niet haalt. “Normaal zoek je zelf uit waar je kunt starten of welke lijn slim is. Tijdens een wedstrijd krijg je daar iedere dag uitleg over. Dat is kennis waar je normaal jaren over doet.”
De eerste keer
Mike’s eerste wedstrijd was in Chabre, een zeer toegankelijke wedstrijd waar menigeen piloot zijn of haar eerste wedstrijd heeft gevlogen. Eenmaal boven op de startplaats sloeg de twijfel toe. “Ik zag alleen maar schermen, zoveel piloten bij elkaar had ik nog nooit gezien. Ik dacht: waar ben ik aan begonnen?”
Dat gevoel herkennen veel deelnemers. Niet omdat het vliegen zo moeilijk is, maar omdat de drukte op een startplaats indrukwekkend kan zijn. Toch verdween de spanning snel. “Je verwacht misschien ellebogenwerk, dat iedereen alleen met zichzelf bezig is. Maar dat is juist helemaal niet zo. Je helpt elkaar, geeft elkaar ruimte op de start en werkt in de lucht veel meer samen dan ik ooit had gedacht.”
Sneller én leuker

Eenmaal in de lucht verandert een wedstrijd in een samenspel. Iedereen wil een goede prestatie neerzetten, maar niemand vliegt op zichzelf. Piloten zoeken elkaar op in de thermiek, draaien samen omhoog en vertrekken (soms) als groep richting het volgende waypoint. Mike vergelijkt het met wielrennen waar je kop over kop elkaar uit de wind houdt. “Je hebt elkaar echt nodig. Met een groepje van vijf of zes vind je veel sneller de beste thermiek dan alleen. Iedereen ziet net iets anders.”
Dat betekent niet dat je blind achteraan vliegt. Juist door andere piloten te observeren, leer je zelf betere keuzes maken. Wie draait nog even door? Wie steekt al over? Waarom kiest iemand voor die lijn?
Mike herinnert zich een wedstrijd waarin een Nederlandse piloot op een EN-B-scherm — terwijl vrijwel iedereen om een bergkam heen vloog — een veel directere lijn koos. “Achteraf bleek dat hij een kwartier had gewonnen. Niet omdat zijn scherm sneller was, maar omdat zijn beslissing beter was.” Dat voorbeeld gebruikt Mike nog regelmatig tijdens trainingen: een goed scherm helpt, een goede beslissing helpt veel meer.
Een wedstrijddag begint aan de ontbijttafel

Tijdens het ontbijt wordt de weersverwachting besproken, en langzaam stroomt iedereen richting de briefing. “De briefing is voor mij misschien wel het meest leerzame moment van de dag,” vertelt Mike. De route verschijnt op een scherm en de wedstrijdleiding neemt de taak stap voor stap door: niet alleen wélke waypoints, maar vooral waaróm die route gekozen is. Welke wind wordt verwacht? Welke bergkammen werken goed? Welke dalen kun je beter vermijden?
Ook risico’s komen aan bod: gebieden waar de wind onverwacht aantrekt, bekende rotorzones of lastige uitlandplekken. “Dat geeft ontzettend veel vertrouwen. Je vertrekt niet zomaar een onbekend gebied in maar hebt al een berg informatie meegekregen voordat je je scherm uitrolt.”
Wachten

Na de briefing volgt het lastigste onderdeel van de dag: wachten. Schermen worden uitgelegd, waypoints ingeladen en ondertussen kijkt iedereen omhoog. Ontwikkelen zich al thermiekbellen? Neemt de wind toe? “Dat wachten hoort erbij,” zegt Mike. “Je wilt graag de lucht in, maar leert ook dat geduld soms de beste keuze is.”
Op foto’s lijkt de start één grote chaos, maar de werkelijkheid is anders. “Iedereen denkt dat je moet vechten voor een plekje, maar zo werkt het niet. Veiligheid staat altijd voorop en je ziet juist ontzettend veel respect voor elkaar.” Zodra de eerste piloten los zijn, valt de groep uiteen en begint het echte vliegen.
De start

Een wedstrijd heeft twee verschillende soorten starts, een bergstart en een luchtstart. Bij de eerste mag je als piloot besluiten om van de berg af te starten om het luchtruim op te zoeken, maar je moet nog wel boven het startgebied blijven vliegen. Deze tijd gebruik je om zoveel mogelijk hoogte te pakken voordat het startschot voor de luchtstart klinkt, dat is het moment dat je de startlocatie verlaat en richting het eerste waypoint stuurt. “Je kan je wel voorstellen dat dit een groot strategisch spel is’ zegt Mike. Start je direct om zoveel mogelijk tijd te pakken om te klimmen, of wacht je eerst even een paar piloten af zodat je ziet waar je omhoog klimt? Je wil immer niet na 10 minuten al uitgezakt weer op de grond staan.
Maar hoe lang je ook wacht, uiteindelijk hangt(-t) je voor de luchtstart toch allemaal in de lucht, in een grote gaggle met alle piloten. “Dat ziet er in het begin vrij intimiderend uit, en de eerste keer is het dat misschien ook wel een beetje. Maar je went er snel aan, en al snel draai je de rondjes gewoon keurig met de rest mee, tot de daadwerkelijke start begint.
Dan begint de wedstrijd pas echt. Want hoewel het natuurlijk zaak is om net voor de start zo hoog mogelijk te zitten, moet je daarna keuzes gaan maken. Kan je nog hoger komen of stuur ja alvast richting waypoint 1? Volg je de wolken of bergkammen of vlieg je in een rechte lijn? Ga je alleen of in een groepje? “Veel mensen denken dat een wedstrijd om snelheid draait,” vertelt Mike. “Maar het draait veel meer om keuzes maken. Je bent de hele dag bezig met de vraag: wat is nú de slimste beslissing?”
Het moeilijkste is misschien timing. “Je ziet piloten vertrekken en denkt: ik moet mee. Maar soms is het slimmer nog even te blijven draaien, net iets meer hoogte te pakken en pas dan over te steken. Dat kan uiteindelijk sneller zijn.”
Vertrouwen op je eigen plan

Juist omdat je met zoveel piloten tegelijk vliegt, ligt één valkuil op de loer: blind achter anderen aan vliegen. “Als twintig piloten ergens naartoe vliegen, wil dat niet zeggen dat dat de slimste route is. Soms zie jij iets wat zij niet zien. Dan moet je het vertrouwen hebben om je eigen keuze te maken.”
Daarom bekijkt Mike na iedere wedstrijddag de vlucht opnieuw. In de replay zie je niet alleen je eigen spoor, maar ook dat van alle andere deelnemers, en wordt ineens zichtbaar waarom iemand sneller was of een andere lijn koos. “Achteraf denk je soms: natuurlijk, waarom deed ik dat niet? Maar op dat moment had ik die informatie niet. En juist daarvan leer je het meest.”
Want niet iedere beslissing lukt. Soms kies je de verkeerde bergkam, of blijkt een veelbelovende wolkenstraat niets op te leveren.
“Dat zijn juist de dagen waarop je het meeste leert,” zegt Mike. “Als alles goed gaat, denk je al snel dat je het zelf hebt gedaan. Op de dagen dat het tegenzit, ga je analyseren: waarom pakte ik die lijn, waarom bleef ik daar hangen? Dat zijn de momenten waarop je echt beter wordt.” Een recreatieve vlucht eindigt zodra je bent geland, een wedstrijddag pas als je begrijpt waarom de vlucht zo is verlopen.
Niet iedere vlucht eindigt bij de goal

Vroeg of laat komt er een dag waarop je de finish niet haalt. Dat hoort erbij. “Je leert tijdens wedstrijden dat veilig landen nooit hetzelfde is als falen. Soms is buitenlanden gewoon de beste beslissing die je kunt nemen.”
Na de landing pak je je scherm in, geef je via de tracker door waar je staat en wacht je op de retrieve …terwijl anderen nog boven je hoofd richting de finish vliegen. “In het begin vond ik dat lastig, je baalt namelijk echt enorm. Maar uiteindelijk ga je die momenten waarderen: je hebt tijd om terug te kijken op je vlucht. Tegen de tijd dat het busje arriveert, heb je de eerste lessen van die dag vaak al op een rijtje.”
De derde helft

Terug op de basis is de dag nog lang niet voorbij. Piloten druppelen binnen, schermen worden opgevouwen, een drankje wordt ingeschonken en overal ontstaan groepjes waarin de dag opnieuw wordt beleefd.
“Dat vind ik het leukste moment,” zegt Mike. “Iedereen heeft dezelfde taak gevlogen, maar iedereen heeft een ander verhaal.” De gesprekken gaan zelden over winnen of verliezen, veel vaker over ervaringen delen. “Natuurlijk wil iedereen een mooie vlucht maken, maar uiteindelijk gunnen we elkaar dat ook.” Wat begint als een wedstrijd, groeit zo vaak uit tot een vaste groep vliegvrienden.
Wanneer ben je er klaar voor?

Een vraag die Mike vaak krijgt is ‘wanneer ben je klaar om mee te doen aan een wedstrijd?’ Zijn antwoord verrast. “Veel mensen denken dat je eerst enorme afstanden moet kunnen vliegen. Dat is helemaal niet zo.”
Belangrijker is dat je zelfstandig een kilometer of 50 kan vliegen, je comfortabel voelt in thermische omstandigheden en met vertrouwen kunt starten en landen. Het helpt ook om goed te kunnen groundhandelen zodat je ontspannen aan de start staat.
“Je hoeft echt geen toppiloot te zijn. Sterker nog, juist als je beter wilt worden, is een laagdrempelige wedstrijd een van de leukste stappen die je kunt zetten.” Zie je eerste wedstrijd niet als een test, maar als een vliegweek waarin je iedere dag iets nieuws leert. Je plek in het klassement is uiteindelijk veel minder belangrijk dan wat je mee naar huis neemt.
Misschien is dat wel de grootste winst van wedstrijdvliegen. Niet de plaats waarop je eindigt. Maar de piloot waarmee je weer naar huis gaat.