Foto’s: Stéphane Boulenger & Ozone Chabre Open, Martijn van Dijk

Je staat op een startplaats met bijna honderd andere piloten. Schermen liggen in kleurrijke rijen over de helling. Om je heen klinkt het bekende gepiep van variometers, terwijl iedereen regelmatig omhoog kijkt. Naar de lucht. Naar de wolken. Naar elkaar. Voor veel recreatieve piloten is dat beeld al genoeg om wedstrijden af te schrijven. Te druk, te spannend, te hoog niveau. “Dat is niets voor mij.”

Air Time-instructeur Mike Ravelli moet daar altijd een beetje om glimlachen. “Dat dacht ik vroeger ook,” vertelt hij. “Ik zag alleen maar toppiloten enorme afstanden vliegen en dacht dat je daar pas thuishoorde als je ontzettend goed was.” Toch schreef hij zich ooit in voor zijn eerste wedstrijd. Niet om te winnen, maar uit nieuwsgierigheid: nieuwe vlieggebieden ontdekken, zichzelf uitdagen en vooral beter leren vliegen. Misschien wel de beste beslissing uit zijn vliegcarrière

Een vliegende klas

Vraag Mike waarom hij nog steeds wedstrijden vliegt, en het antwoord gaat verrassend weinig over het klassement. “Tuurlijk, ik ben best competitief,” zegt hij lachend. “Maar ik vlieg wedstrijden vooral omdat ik er iedere keer weer ontzettend veel leer.” Een wedstrijd is volgens hem één grote vliegende klas. Je ontdekt nieuwe gebieden, leert lokale weersystemen begrijpen en ziet hoe tientallen andere piloten dezelfde omstandigheden benaderen. Elke keuze die iemand maakt, wordt een leermoment.

En je doet dit eigenlijk onder begeleiding, want de organisatie regelt bijna alles voor je: van een haalbare route die past bij het weer en het gebied, tot een tracker die altijd doorgeeft waar je bent en een busje dat je ophaalt als je de landing niet haalt. “Normaal zoek je zelf uit waar je kunt starten of welke lijn slim is. Tijdens een wedstrijd krijg je daar iedere dag uitleg over. Dat is kennis waar je normaal jaren over doet.”

De eerste keer 

Mike’s eerste wedstrijd was in Chabre, een zeer toegankelijke wedstrijd waar menigeen piloot zijn of haar eerste wedstrijd heeft gevlogen. Eenmaal boven op de startplaats sloeg de twijfel toe. “Ik zag alleen maar schermen, zoveel piloten bij elkaar had ik nog nooit gezien. Ik dacht: waar ben ik aan begonnen?”

Dat gevoel herkennen veel deelnemers. Niet omdat het vliegen zo moeilijk is, maar omdat de drukte op een startplaats indrukwekkend kan zijn. Toch verdween de spanning snel. “Je verwacht misschien ellebogenwerk, dat iedereen alleen met zichzelf bezig is. Maar dat is juist helemaal niet zo. Je helpt elkaar, geeft elkaar ruimte op de start en werkt in de lucht veel meer samen dan ik ooit had gedacht.”

Sneller én leuker

Eenmaal in de lucht verandert een wedstrijd in een samenspel. Iedereen wil een goede prestatie neerzetten, maar niemand vliegt op zichzelf. Piloten zoeken elkaar op in de thermiek, draaien samen omhoog en vertrekken (soms) als groep richting het volgende waypoint. Mike vergelijkt het met wielrennen waar je kop over kop elkaar uit de wind houdt. “Je hebt elkaar echt nodig. Met een groepje van vijf of zes vind je veel sneller de beste thermiek dan alleen. Iedereen ziet net iets anders.”

Dat betekent niet dat je blind achteraan vliegt. Juist door andere piloten te observeren, leer je zelf betere keuzes maken. Wie draait nog even door? Wie steekt al over? Waarom kiest iemand voor die lijn?

Mike herinnert zich een wedstrijd waarin een Nederlandse piloot op een EN-B-scherm — terwijl vrijwel iedereen om een bergkam heen vloog — een veel directere lijn koos. “Achteraf bleek dat hij een kwartier had gewonnen. Niet omdat zijn scherm sneller was, maar omdat zijn beslissing beter was.” Dat voorbeeld gebruikt Mike nog regelmatig tijdens trainingen: een goed scherm helpt, een goede beslissing helpt veel meer.

Een wedstrijddag begint aan de ontbijttafel

Tijdens het ontbijt wordt de weersverwachting besproken, en langzaam stroomt iedereen richting de briefing. “De briefing is voor mij misschien wel het meest leerzame moment van de dag,” vertelt Mike. De route verschijnt op een scherm en de wedstrijdleiding neemt de taak stap voor stap door: niet alleen wélke waypoints, maar vooral waaróm die route gekozen is. Welke wind wordt verwacht? Welke bergkammen werken goed? Welke dalen kun je beter vermijden?

Ook risico’s komen aan bod: gebieden waar de wind onverwacht aantrekt, bekende rotorzones of lastige uitlandplekken. “Dat geeft ontzettend veel vertrouwen. Je vertrekt niet zomaar een onbekend gebied in maar hebt al een berg informatie meegekregen voordat je je scherm uitrolt.”

Wachten

Na de briefing volgt het lastigste onderdeel van de dag: wachten. Schermen worden uitgelegd, waypoints ingeladen en ondertussen kijkt iedereen omhoog. Ontwikkelen zich al thermiekbellen? Neemt de wind toe? “Dat wachten hoort erbij,” zegt Mike. “Je wilt graag de lucht in, maar leert ook dat geduld soms de beste keuze is.”

Op foto’s lijkt de start één grote chaos, maar de werkelijkheid is anders. “Iedereen denkt dat je moet vechten voor een plekje, maar zo werkt het niet. Veiligheid staat altijd voorop en je ziet juist ontzettend veel respect voor elkaar.” Zodra de eerste piloten los zijn, valt de groep uiteen en begint het echte vliegen.

De start

Een wedstrijd heeft twee verschillende soorten starts, een bergstart en een luchtstart. Bij de eerste mag je als piloot besluiten om van de berg af te starten om het luchtruim op te zoeken, maar je moet nog wel boven het startgebied blijven vliegen. Deze tijd gebruik je om zoveel mogelijk hoogte te pakken voordat het startschot voor de  luchtstart klinkt, dat is het moment dat je de startlocatie verlaat en richting het eerste waypoint stuurt. “Je kan je wel voorstellen dat dit een groot strategisch spel is’ zegt Mike. Start je direct om zoveel mogelijk tijd te pakken om te klimmen, of wacht je eerst even een paar piloten af zodat je ziet waar je omhoog klimt? Je wil immer niet na 10 minuten al uitgezakt weer op de grond staan.

Maar hoe lang je ook wacht, uiteindelijk hangt(-t) je voor de luchtstart toch allemaal in de lucht, in een grote gaggle met alle piloten. “Dat ziet er in het begin vrij intimiderend uit, en de eerste keer is het dat misschien ook wel een beetje. Maar je went er snel aan, en al snel draai je de rondjes gewoon keurig met de rest mee, tot de daadwerkelijke start begint.

Dan begint de wedstrijd pas echt. Want hoewel het natuurlijk zaak is om net voor de start zo hoog mogelijk te zitten, moet je daarna keuzes gaan maken. Kan je nog hoger komen of stuur ja alvast richting waypoint 1? Volg je de wolken of bergkammen of vlieg je in een rechte lijn? Ga je alleen of in een groepje? “Veel mensen denken dat een wedstrijd om snelheid draait,” vertelt Mike. “Maar het draait veel meer om keuzes maken. Je bent de hele dag bezig met de vraag: wat is nú de slimste beslissing?”

Het moeilijkste is misschien timing. “Je ziet piloten vertrekken en denkt: ik moet mee. Maar soms is het slimmer nog even te blijven draaien, net iets meer hoogte te pakken en pas dan over te steken. Dat kan uiteindelijk sneller zijn.”

Vertrouwen op je eigen plan

Juist omdat je met zoveel piloten tegelijk vliegt, ligt één valkuil op de loer: blind achter anderen aan vliegen. “Als twintig piloten ergens naartoe vliegen, wil dat niet zeggen dat dat de slimste route is. Soms zie jij iets wat zij niet zien. Dan moet je het vertrouwen hebben om je eigen keuze te maken.”

Daarom bekijkt Mike na iedere wedstrijddag de vlucht opnieuw. In de replay zie je niet alleen je eigen spoor, maar ook dat van alle andere deelnemers, en wordt ineens zichtbaar waarom iemand sneller was of een andere lijn koos. “Achteraf denk je soms: natuurlijk, waarom deed ik dat niet? Maar op dat moment had ik die informatie niet. En juist daarvan leer je het meest.”

Want niet iedere beslissing lukt. Soms kies je de verkeerde bergkam, of blijkt een veelbelovende wolkenstraat niets op te leveren.

“Dat zijn juist de dagen waarop je het meeste leert,” zegt Mike. “Als alles goed gaat, denk je al snel dat je het zelf hebt gedaan. Op de dagen dat het tegenzit, ga je analyseren: waarom pakte ik die lijn, waarom bleef ik daar hangen? Dat zijn de momenten waarop je echt beter wordt.” Een recreatieve vlucht eindigt zodra je bent geland, een wedstrijddag pas als je begrijpt waarom de vlucht zo is verlopen.

Niet iedere vlucht eindigt bij de goal

Vroeg of laat komt er een dag waarop je de finish niet haalt. Dat hoort erbij. “Je leert tijdens wedstrijden dat veilig landen nooit hetzelfde is als falen. Soms is buitenlanden gewoon de beste beslissing die je kunt nemen.”

Na de landing pak je je scherm in, geef je via de tracker door waar je staat en wacht je op de retrieve …terwijl anderen nog boven je hoofd richting de finish vliegen. “In het begin vond ik dat lastig, je baalt namelijk echt enorm. Maar uiteindelijk ga je die momenten waarderen: je hebt tijd om terug te kijken op je vlucht. Tegen de tijd dat het busje arriveert, heb je de eerste lessen van die dag vaak al op een rijtje.”

De derde helft

Terug op de basis is de dag nog lang niet voorbij. Piloten druppelen binnen, schermen worden opgevouwen, een drankje wordt ingeschonken en overal ontstaan groepjes waarin de dag opnieuw wordt beleefd.

“Dat vind ik het leukste moment,” zegt Mike. “Iedereen heeft dezelfde taak gevlogen, maar iedereen heeft een ander verhaal.” De gesprekken gaan zelden over winnen of verliezen, veel vaker over ervaringen delen. “Natuurlijk wil iedereen een mooie vlucht maken, maar uiteindelijk gunnen we elkaar dat ook.” Wat begint als een wedstrijd, groeit zo vaak uit tot een vaste groep vliegvrienden.

Wanneer ben je er klaar voor?

Een vraag die Mike vaak krijgt is ‘wanneer ben je klaar om mee te doen aan een wedstrijd?’ Zijn antwoord verrast. “Veel mensen denken dat je eerst enorme afstanden moet kunnen vliegen. Dat is helemaal niet zo.”

Belangrijker is dat je zelfstandig een kilometer of 50 kan vliegen, je comfortabel voelt in thermische omstandigheden en met vertrouwen kunt starten en landen. Het helpt ook om goed te kunnen groundhandelen zodat je ontspannen aan de start staat.

“Je hoeft echt geen toppiloot te zijn. Sterker nog, juist als je beter wilt worden, is een laagdrempelige wedstrijd een van de leukste stappen die je kunt zetten.” Zie je eerste wedstrijd niet als een test, maar als een vliegweek waarin je iedere dag iets nieuws leert. Je plek in het klassement is uiteindelijk veel minder belangrijk dan wat je mee naar huis neemt.

Misschien is dat wel de grootste winst van wedstrijdvliegen. Niet de plaats waarop je eindigt. Maar de piloot waarmee je weer naar huis gaat.

Voor de één is een dynamische vleugel een scherm dat direct reageert op iedere stuurinput. Voor een ander is het juist een vleugel die veel beweegt in turbulentie. Sommigen associëren het met prestaties, anderen met plezier of zelfs met moeilijk vliegen. Toen Daniel van Swing hierover begon te vertellen, bleek al snel dat het onderwerp een stuk genuanceerder ligt. Wij stelden hem onze meest prangende vragen.

Wat bedoel je persoonlijk als je het hebt over een “dynamisch” scherm?

‘Voor mij is een dynamisch scherm niet simpelweg snel, veeleisend of high-performance. Het gaat erom hoe de koepel reageert op energie, input van de piloot en luchtbewegingen. Een dynamisch scherm zet energie heel direct om. Of je nu aan de rem trekt, je gewicht verplaatst, versnelt of een thermiekbel invliegt: je voelt een duidelijke, directe reactie. Het scherm communiceert met je. Voor een ervaren piloot voelt dit speels, precies en levendig; voor een beginner kan ditzelfde gedrag juist nerveus of te actief overkomen. Als ik zeg dat een scherm dynamisch is, bedoel ik dus: hoe snel en helder reageert het, en hoeveel energie neemt het mee in zijn duik-, rol- en bochtgedrag (pitch, roll en turn)?’

‘Een sterk gedempt scherm is rustig en vergevingsgezind, maar kan soms ook wat gevoelloos aanvoelen. Een dynamischer scherm geeft meer vliegplezier en verbondenheid, maar vraagt ook dat je begrijpt wat de koepel doet. Dynamisch betekent voor mij dan ook niet onveilig; er zit simpelweg meer communicatie en energie in het systeem.’

Waarom interpreteren piloten dit karakter vaak zo verschillend?

‘Omdat elke piloot een scherm ervaart vanuit zijn eigen ervaring, gevoeligheid en vliegstijl. Waar de ene piloot zegt: “Dit scherm voelt heerlijk levendig en precies”, zegt een ander op exact dezelfde koepel: “Dit ding beweegt veel te veel.”

‘Beiden hebben gelijk. Ze beschrijven namelijk niet alleen de eigenschappen van de vleugel, maar vooral hun eigen relatie met beweging en feedback. Sommige piloten zoeken maximale demping en passieve stabiliteit, anderen willen de lucht direct voelen.Daarnaast is het scherm slechts één onderdeel van het systeem. De geometrie en instelling van je harnas, je zithouding, de vleugelbelasting en je remweg veranderen het gevoel in de lucht ingrijpend. Zelfs je mentale toestand speelt mee: als je gespannen bent, voelt een dynamisch scherm al snel agressiever aan dan het in werkelijkheid is. Een scherm presteert nooit op zichzelf; het is altijd de optelsom van scherm, harnas, piloot en de omstandigheden.’

Wat voelt een piloot daadwerkelijk in de lucht bij een meer of minder dynamisch scherm?

‘Een dynamisch scherm fungeert als een sensor. Je voelt pitchbewegingen heel helder: wanneer de koepel wil klimmen, duiken of snelheid wil omzetten in lift. Reminputs en gewichtsverplaatsing hebben direct effect. In de thermiek is dit fantastisch; je voelt de kern en de drukopbouw feilloos aan, wat het vliegen heel intuïtief maakt. Dit werkt echter alleen als je die informatie kunt filteren. Zit je al tegen je grens aan, dan raak je door die stroom aan informatie overbelast.’

‘Een minder dynamisch scherm is trager en sterker gedempt. Dat creëert een groot gevoel van rust en veiligheid, ideaal voor beginners of piloten die niet veel uren maken. Minder dynamisch betekent overigens niet saai. Een goed ontworpen scherm kan heel rustig zijn en toch prachtig en precies sturen, zonder ‘dood’ aan te voelen.’

‘Uiteindelijk draait alles om balans. Te veel demping zorgt dat je losgekoppeld raakt van de lucht; te veel dynamiek vermoeit. Het beste scherm is de variant waarbij jij je voldoende verbonden en ontspannen voelt om goede beslissingen te nemen.’

Waarom kunnen twee schermen uit dezelfde EN-B categorie totaal anders aanvoelen?

‘Omdat een EN-certificering alleen iets zegt over hoe een scherm reageert tijdens extreme testmanoeuvres in stilstaande lucht. Het beschrijft het karakter in dagelijkse, thermische omstandigheden niet.’

‘EN-B is een extreem brede categorie. Aan de onderkant vind je ‘low-B’-schermen die qua gedrag en vergevingsgezindheid heel dicht bij een moderne A-klasse liggen. Aan de bovenkant staan de ‘high-B’-schermen: deze zijn sneller, informatiever en vragen over een lange vlucht veel meer van de piloot.’

‘Ontwerpfactoren zoals slankheid (aspect ratio), het lijnenconcept, de profielvorm en de interne structuur bepalen de persoonlijkheid van de vleugel. De letter op het label vertelt dus niet het hele verhaal. Daarom zijn termen als low-, mid- en high-B in de praktijk veel nuttiger om de doelgroep en de eisen van een scherm te duiden.’

Hoe zijn moderne A-schermen door de jaren heen geëvolueerd?

‘De tijd dat een A-scherm een saai, traag “lesscherm” was waar je zo snel mogelijk vanaf wilde, is definitief voorbij. Ontwerpers zijn erin geslaagd passieve veiligheid te combineren met serieus vliegplezier en bruikbare prestaties. Dankzij schonere profielen, betere materialen en efficiëntere lijnenconcepten kun je met een modern A-scherm uitstekend thermiekvliegen, soaren en overlandvluchten maken.’

‘Voor piloten die niet wekelijks in de lucht hangen, is een modern A-scherm vaak de slimmere keuze. Echte prestaties gaan namelijk niet over theoretische glijgetallen, maar over het zelfvertrouwen dat een scherm je geeft. Als je ontspannen onder je koepel zit, klim je beter, neem je betere beslissingen en houd je na drie uur in de lucht nog mentale energie over. Een relaxte piloot op een A-scherm vliegt in de praktijk vaak verder dan een gestreste piloot op een high-B of C-scherm.’

Zie je piloten soms met “te veel scherm” vliegen?

‘Ja, absoluut. En het probleem is zelden dat zo’n piloot het scherm niet kan starten of landen. In milde omstandigheden gaat het meestal prima. Het gaat mis zodra de lucht actiever wordt, de vliegdag lang is of de condities complexer worden.’

‘Als een scherm te veel mentale capaciteit opslokt, ga je achter de feiten aanlopen. Je reageert te laat, raakt gespannen, gaat defensief vliegen, remt te veel en vermijdt de betere, actievere lucht. Op dat moment worden de prestaties van je scherm puur theoretisch.’

‘Een hogere klasse geeft je pas extra prestaties als je de mentale rust hebt om die te benutten. De slimste piloten kiezen een scherm dat hen de vrijheid geeft om actief en zelfverzekerd te vliegen in de omstandigheden waarin ze daadwerkelijk buiten komen. Een scherm dat je blind vertrouwt, helpt je sneller vooruit dan een model dat je constant tegen je limiet aan duwt.’

Hoe moeten piloten nadenken over het kiezen van de juiste categorie?

‘Stel jezelf één heel eerlijke vraag: “Geeft dit scherm mij meer vrijheid in de omstandigheden waarin ik écht vlieg, of neemt het juist vrijheid weg?”

‘Als een scherm je in staat stelt om ontspannen te vliegen en je houdt vlieguren na vlieguren de controle, dan is het een match. Maakt het je nerveus, vlieg je alleen comfortabel in spiegelgladde lucht en ben je constant aan het corrigeren? Dan is het op dit moment te veel scherm.’

‘Als je voelt dat je toe bent aan een upgrade, is de intelligentste beslissing vaak om nóg een seizoen met je huidige scherm te blijven vliegen. Gebruik die tijd om het absolute maximale uit die koepel te halen. Verbeter je timing, je pitch-controle, je speedbar-gebruik en je tactische beslissingen. Echte progressie begint wanneer de piloot beter wordt, niet wanneer het scherm veeleisender wordt. Wanneer je vliegstijl op een natuurlijke manier uit je huidige categorie groeit, is de overstap naar een klasse hoger een logisch en veilig vervolg.’

De eerste vlucht van het seizoen begint vaak al ruim voordat je op de start staat. Het weer wordt beter, de dagen worden langer en ergens begint het weer te kriebelen. Tegelijk voelt het vaak anders dan je had verwacht. Je hebt er zin in, maar merkt ook dat het gevoel nog niet helemaal terug is.

Na een periode zonder vliegen is dat ook niet zo gek. Veel dingen die eerder vanzelf gingen, zijn er nog wel, maar minder scherp. Je timing is net anders, je reageert iets later en het vertrouwen moet weer even groeien. Dat hoort erbij. Maar het vraagt wel om een andere manier van beginnen.

Begin kleiner

Danielle: ‘Wat ik vaak zie, is dat piloten tijdens de eerste vlucht meteen alles eruit willen halen wat er eventueel in zit. Een mooie thermiekvlucht, misschien zelfs een stukje overland. Dat is een mogelijkheid, maar meestal werkt dat toch net even iets anders. Mijn advies zou zijn om die eerste vlucht juist te gebruiken om weer even te voelen en in te komen. Gewoon weer in de lucht zijn en kijken wat er gebeurt. Hoe voelt het scherm? Hoe reageer je zelf? Zit je er ontspannen in, of merk je dat je nog aan het zoeken bent? 

Ik zeg vaak: Zie het als een “speelvlucht”. Geniet van dat ultieme gevoel wat het vliegen geeft, leg de lat niet meteen te hoog voor jezelf en geef jezelf de tijd om weer even in te komen. Dan haal je de druk eraf en geef je jezelf de ruimte om weer in te komen. Je zal merken dat je daarna juist veel beter en ontspannener gaat vliegen. Wat wil je nou nog meer?’

De voorbereiding begint thuis

‘Veel van die rust kun je al creëren voordat je überhaupt op pad gaat. Pak je materiaal eens rustig uit en loop je setup door. Kloppen je lijnen en risers nog zoals je gewend bent?

Zit je harnas nog goed afgesteld? Heb je alles bij je wat je nodig hebt?

Wat ik zelf vaak doe, is een keer volledig startklaar staan. Gewoon op een veldje, zonder dat je gaat vliegen. Dat klinkt misschien wat overdreven, maar het haalt verrassend veel twijfel weg als je later echt op de start staat.’

Eerst landen, dan vliegen

Eenmaal op de start zie je vaak dat mensen meteen “aan” gaan. Snel naar boven, scherm klaarleggen, kijken wanneer ze kunnen starten. Mijn advies is juist het tegenovergestelde: doe even niks. Loop rond, kijk naar de omgeving en geef jezelf de tijd om te acclimatiseren. Hoe voelt de plek? Hoe gedraagt de wind zich? Wat doen andere piloten? Vind ik het spannend? Dat mag! 

Je kunt in die eerste tien minuten al ontzettend veel leren, zonder dat je zelf in de lucht bent geweest. Let bijvoorbeeld op:

  • Hoe soepel starten andere piloten?
  • Worden ze meteen opgetild of glijden ze weg?
  • Hoe ziet de landing eruit en hoe wordt die aangevlogen?
  • En misschien nog wel belangrijker: hoe voel jij je op dat moment?

Als dat nog niet helemaal goed zit, is dat vaak een teken om het rustig aan te doen.

Voorjaarslucht: vaak meer dan je denkt

Het voorjaar heeft z’n eigen karakter. De lucht is nog relatief koud, maar de zon heeft al behoorlijk wat kracht. Dat betekent dat thermiek sneller op gang komt dan je soms verwacht.

Die thermiek is vaak nog onregelmatig. Kortere cycli, soms wat scherper en minder “afgerond” dan later in het seizoen. Voordat je start, probeer daar gevoel bij te krijgen.

Hoe vlagerig is de wind? Hoe lang duren de vlagen en hoe bouwen ze op? Zie je wolken ontstaan?

En kijk vooral naar de lucht: bewegen schermen veel, of ziet het er rustig uit? Worden piloten meteen meegenomen, of blijven ze laag? Dat soort observaties helpen je om betere keuzes te maken, nog voordat je zelf los bent. Weer gevoel krijgen in de lucht.

Gewoon lekker vliegen

Die eerste vlucht is niet het moment om alles te willen laten zien, maar om weer contact te maken met je scherm. Kleine dingen zijn dan vaak al genoeg. Je merkt vaak dat het vertrouwen dan vanzelf terugkomt. Niet omdat je iets groots hebt gedaan, maar juist omdat de basis weer klopt.

Op de grond

Als je het nog rustiger wilt opbouwen, begin dan op de grond. Een korte groundhandling sessie is vaak genoeg om weer gevoel te krijgen. Je merkt meteen hoe scherp je nog bent en hoe het scherm reageert. Het is een eenvoudige stap, maar eentje die vaak wordt overgeslagen.

Tot slot

Die eerste vlucht van het seizoen hoeft niet bijzonder te zijn. Sterker nog, vaak is het juist beter als hij dat niet is. Het gaat er niet om hoe ver je vliegt, maar hoe je weer begint. Door het rustig aan te pakken, goed te kijken en jezelf de ruimte te geven om weer in te komen, volgt de rest vanzelf. En meestal merk je dat hoe rustiger je begint, hoe meer plezier je later hebt in de lucht. En dat is voor zo’n eerste vlucht al een heel mooi doel.

Een vliegtrip begint vaak al thuis en dat gaat verder dan alleen de voorpret. Je zoekt startplekken op, bekijkt kaarten, denkt na over je materiaal en maakt een eerste plan. Aan de ene kant is dat ook nodig, maar aan de andere kant kan het ook het moment zijn waarop je jezelf soms al onbewust vastzet.

Want hoe bereid je je voor op een plek waar je nog nooit bent geweest? Wat neem je mee, waar let je op en hoe zorg je dat je ter plekke nog kunt schakelen?

In dit artikel kijken we naar die voorbereiding: van thuis tot op de start. Geen saaie checklist, maar een andere manier van kijken naar je trip. Zodat je niet alleen weet waar je moet zijn, maar ook weet waar je je informatie gaat zoeken en vooral hoe je keuzes maakt als je gemaakte plan toch ineens dreigt te veranderen.

Het begint met loslaten

Zo’n vliegtrip begint vaak met plannen. Je kijkt waar je heen wil en wat er de opties zijn wat beteft het vliegen. Logisch, maar juist daar kan je het jezelf al lastig maken.

Veel piloten maken vooraf een strak schema: op dag één deze startplek, op dag twee die bijzondere oversteek proberen, op dag drie de volgende startplek. In de praktijk loopt het zelden zo. Een start kan in de wolken liggen, de wind draait net verkeerd, de omstandigheden ontwikkelen zich anders dan verwacht. Of de startplek en het vlieggebied blijken er in het echt toch heel anders uit te zien.

Een goede voorbereiding draait daarom niet om vastleggen, maar om opties. Je hebt meerdere plekken in gedachten en beslist pas op de dag zelf waar je gaat vliegen. Niet je planning, maar de omstandigheden en je eigen vliegskills zijn leidend.

Of zoals Wycher het zegt: ‘Het gaat er niet per se om dat je op de beste plek staat, maar dat je in elk geval niet op de verkeerde staat.’

Voorbereiding thuis

De voorbereiding begint vaak gewoon in Nederland achter je laptop.

Wycher: ‘Ik maak een document van de omgeving waar ik wil gaan vliegen. Ik begin simpelweg met zoeken op Google: locatie + paragliding startplekken. Afhankelijk van het land zoek ik ook in de lokale taal (Startplatz, atterissage, take-off). Je komt dan al snel uit bij vliegscholen, toeristische sites of lokale clubs.’

Van daaruit bouw je stap voor stap een overzicht op. Je verzamelt informatie over start- en landingsplekken, windrichtingen en lokale weersystemen. Die locaties zet je vervolgens overzichtelijk bij elkaar. Bijvoorbeeld als opgeslagen locaties in Google Maps, zodat je ze makkelijk kunt terugvinden en er direct naartoe kunt navigeren.

Eenmaal in het gebied wordt dat overzicht pas echt waardevol. Je checkt het weer en begint plekken weg te strepen die met de omstandigheden van die dag niet werken. Wat overblijft is een realistische lijst met opties — waarbij je wel nog altijd ‘in real-life’ moet checken of een startplek past bij jouw niveau.

Ook satellietbeelden of Google Earth kunnen helpen bij je voorbereiding. Je ziet hekenningspunten, maar ook obstakels zoals hoogspanningslijnen, liftkabels of water. Dit zorgt voor een vollediger beeld en dat maakt dat je uiteindelijk met nog meer overzicht op die nieuwe startplek staat. Er zijn daarnaast verschillende tools die het vinden van informatie makkelijker maken; denk bijvoorbeeld aan Burnair voor informatie over startplekken.

Nog een tip die handig is om mee te nemen in je voorbereiding: de logistiek. Hoe kom je op de start? Is er een bus, kabelbaan of lokaal vervoer, of moet je lopen? Dit soort praktische zaken bepalen uiteindelijk hoeveel je echt kunt vliegen.

Op locatie

Zodra je er bent, begint het echte werk pas.

Je gaat eerst eens langs het landingsveld en neem de tijd om er rond te kijken. Hoe ziet het eruit? Welke circuits worden er gevlogen? Waar liggen de uitwijkmogelijkheden en de beperkingen? Let ook op lokale effecten zoals bijvoorbeeld valleiwind. Vaak kom je hier andere piloten tegen. Niet alleen gezellig, maar vaak ook een goede bron van informatie.

Tools zoals XContest kunnen je helpen om een plek beter te begrijpen. Je ziet waar anderen thermiek pakken, hoe routes lopen en waar mensen hoogte winnen. Dat geeft je snel inzicht in hoe een gebied ‘werkt’.

Eenmaal op de start draait het vooral om observeren. Kijk hoe starts verlopen en wat er in de lucht gebeurt. Hoe gedraagt de wind zich? Zie je duidelijke cycli? Wat valt op aan het terrein? Denk daarbij aan praktische dingen: bosjes, stenen of andere obstakels die je scherm kunnen beschadigen bij het opzetten of starten. 

Als je twijfelt of iets dat er gebeurt niet begrijpt: spreek iemand aan en stel vragen. Lokale piloten helpen je meestal graag op weg en zo verbreed je je eigen kennis.

Tot slot: zorg dat je weet hoe je weer beneden komt. Wees je bewust van de omstandigheden die het voor jou als piloot niet meer vliegbaar maken. Wanneer is het (voor jou) niet of niet meer vliegbaar en wat zijn daar de voortekenen van? Maar ook hoe laat gaat de laatste lift? Zet eventueel een wekker, bijvoorbeeld 45 minuten van tevoren. Is er geen lift, check dan alternatieven zoals een bus of taxi. Aan het einde van de dag nog uren moeten lopen is zelden een goed plan.

Praktisch

Naast het vliegen zelf komt er ook een aantal praktische zaken kijken bij een trip.

Retrieve

Denk na over hoe je terugkomt als je niet op de officiële landing, of de plek die je vooraf bedacht had, uitkomt. Zijn er taxi’s, treinen of bussen? Kun je liften? Spreek je iets af met je groep? Een mogelijke oplossing: één persoon zorgt dat hij sowieso op de landing landt en is daarna in de gelegenheid om met een auto de anderen op te halen.

Materiaal

Naast je standaarduitrusting zijn er een paar dingen die het verschil maken in het laten slagen van je vliegtrip:

  • Vraag een IPPI-card aan (de internationale vertaling van je brevet).
  • Neem een stukje schermtape mee voor kleine reparaties.
  • Controleer je verzekering voor het land waar je heen gaat.
  • Weet waar een servicecenter zit (voor grotere schade).

Kleine dingen die groot worden 

Sommige dingen lijken klein, totdat ze niet meer werken of je ze echt nodig hebt. Denk aan een lege telefoon, geen cash of een radio die niet werkt. Ook hier over nadenken is onderdeel van je voorbereiding:

  • Neem een stukje afzetlint mee als nood-windvaan.
  • Neem altijd contant geld mee (op de berg kun je vaak niet pinnen).
  • Zorg dat je telefoon volledig opgeladen is.
  • Denk aan een powerbank, een reserveaccu voor je porto en een reisstekker.

Tot slot

Een vliegtrip kun je niet vooraf helemaal plannen, wel kun je zorgen dat je voorbereid bent. Niet door alles vast te leggen, maar door te weten waar je moet kijken, welke opties je hebt en hoe je de veilige keuzes maakt op het moment dat het ertoe doet. Blijf binnen je skillset en neem de tijd, luister naar je (onderbuik) gevoel, maar vergeet vooral ook niet te genieten van het avontuur. De omgeving is al nieuw genoeg; je hoeft het niet ingewikkelder te maken dan het is.

Dat maakt het verschil tussen vasthouden en meebewegen. En meestal ook tussen stress en plezier.

Dit keer reis ik af naar Portugal voor de Sportclass Racing Series in Montalegre. Deze XC wedstrijden worden in verschillende landen georganiseerd waarbij EN-D of CCC vleugels niet zijn toegestaan. Het deelnemersveld bestaat uit piloten uit maar liefst 28 verschillende landen. Er zijn deelnemers die een stapje terug doen uit de PWC, deelnemers die zoals ik wat minder wedstrijdervaring hebben, en alles er tussenin. Ik ben blij dat ik geselecteerd ben voor deze editie want er vliegen een hele hoop toppiloten mee, zoals Pal Takats, bekend als acro kampioen en van zijn 7e plaats bij de laatste Redbull X-Alps. 

Helaas is goed weer ook tijdens een wedstrijd niet te bestellen. De eerste vier dagen komen er allerlei weerfronten over ons heen met te veel wind als gevolg. We krijgen deze non flying days allerlei leuke excursies aangeboden en omdat de zon lekker schijnt is het best prima vertoeven, maar het begint langzamerhand wel te knagen. 

Gelukkig zijn de laatste twee dagen beter qua weer en kunnen we dan eindelijk vliegen. De eerste taak is een mooie 65 km lange route en leid ons via twee turnpoints met de wind mee langs het Rabagao meer. Het lastige is dat er veel wind staat, er zijn ook geen wolken en volgens de voorspellingen is de zwakkere thermiek maar tot 2km hoogte. Voor de start begin ik de spanning toch wel te voelen. Ik hoop niet dat ik snel uitzak!

Het begin gaat echter geweldig, vlak voor dat de racestart opengaat vlieg ik bij de hoogste piloten en tag ik precies op tijd de start om aan de route te beginnen. Wat een geweldig gezicht, zoveel paragliders om je heen. 

De route gaat met de wind mee over de berg het lijgebied in. Al billenknijpend probeer ik de juiste route te bepalen. Ik heb geen idee welke lijn het beste is en ook het landschap achter de berg heeft weinig kenmerken die me helpen een keuze te maken. Gelukkig komt een wijze les van Air Time instructeur Aart de Komen bij mij naar boven: “Bij twijfel gewoon recht op het doel af!”

Het helpt, ik vind net op tijd een bel en met een kleine gaggle van 5 a 6 piloten lukt het om boven te komen, om vervolgens full bar door te vliegen richting het volgende turn point. Ik merk dat die tweelijners een stuk sneller zijn en al vrij snel zie ik ze aan de horizon verdwijnen. Zo druk als het was aan het begin van de wedstrijd, begint het nu een eenzame strijd te worden. Ondanks dat ik een aantal keren vrij laag raak, lukt het om de termiek te vinden en het mooie landschap te doorkruisen. 

Op 9km voor de finish moet ik me helaas gewonnen geven en land ik samen met een andere piloot op een heuvel tussen de olijvenbomen. Toch ben ik blij, want het was niet makkelijk. Met de laagstaande zon in onze rug lopen we naar het dichtstbijzijnde dorpje om te wachten op de bus. Het is een prachtig dorpje, waar de tijd stil lijkt te hebben gestaan.

Omdat de 100+ aan piloten langs een lange route geland zijn laat de retrieve op zich wachten. We raken in gesprek met een oude dame die graag een babbeltje met ons maakt. Ze verzorgt ons zonder ons iets vragen: we krijgen vers fruit, zelf gebakken brood en koud water. Het is de kers op een mooie taart van vandaag, geweldig. 

De laatste wedstrijddag is aangebroken en omdat de wind vandaag gedraaid is hebben we een andere startplek met een nieuwe uitdaging. Waar gisteren de startplek nog op 400 meter boven het landingsveld was, is de start vandaag slechts op 200 meter hoogte. Door de sterke wind is er wel een liftband voor- en rond de start, maar er is niet veel ruimte en met zoveel piloten in de lucht is het erg druk en dus oppassen geblazen. De cirrus bewolking voor de zon zorgt voor wat slappe bellen en slechts enkele piloten lukt het om tot nodige hoogte te komen. Ik dobber na anderhalf uur nog steeds voor de start rond en vind maar heel af en toe een belletje valse hoop. Net als ik de moed begin op te geven, lukt het om hoog genoeg te komen en kan ik aan de route beginnen. Het eerste deel van de taak gaat goed, maar bij turn point twee is een convergentie zone waar flinke rock en roll op het programma staat. Terwijl ik druk ben mijn scherm open te houden hoor ik de vario af en toe piepen als een op hol geslagen fruitautomaat. Ik ben blij dat ik twee maanden geleden nog een SIV opfriscursus gedaan heb. Tegen het einde van de taak is alles weer wat rustiger en is het juist vechten om in de lucht te blijven. Op een kilometer van de landing en 150 meter boven de grond vind ik nog net het laatste belletje wat ik nodig heb. Met de hakken over de sloot haal ik de landing en ben ik echt helemaal gesloopt, maar o zo blij, goal!! 

Uiteindelijk ben ik 33e geworden in een veld van 115 deelnemers en 1e in de standaard klasse (EN-B of lager). Al met al was het een prachtige ervaring en heb ik er weer een hoop gezellige vliegvrienden bij. Daar doe je het voor! Deze zomer mag ik nog mee doen aan het Swiss open, SRS in St. André, het British&Dutch Open, het China Open en mag ik nog een aantal weken les geven bij Airtime. Hopelijk tot ergens op de landing! 

shop menu reserves

Je wilt hem eigenlijk nooit nodig hebben maar als het dan toch zo ver is wil je er blind op kunnen vertrouwen. Je reservescherm. Hoe zekerder je bent over je reserve des te sneller je hem zal werpen als het nodig is en des te sneller doet het scherm wat hij moet doen, jou veilig op de grond zetten.

Als je een nieuwe reserve gaat kopen is het goed om op een aantal zaken te letten en je erover te laten informeren. Wij helpen je er graag mee en daarom hier alvast veel informatie die je daarbij kan helpen. 

Bij het maken van je keus zijn er een aantal aspecten die van groot belang zijn en die je mee moet laten weten in de keus die je maakt.

  1. Openingssnelheid
    Het belangrijkste criterium voor reserveschermen is een korte openingstijd. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste reserves onder de 100 meter boven de grond geworpen worden. Het duurt dan maar een paar seconden vanaf activering tot dat je contact hebt met de grond. Daarom is het belangrijk dat de reserve snel opent. De openingssnelheid wordt bepaald door de lijnlengtes, vorm van de kap en het volume van de kap. Grofweg kan je zeggen hoe groter de reserve des te langer de openingstijd. 

    Een andere factor voor snelheid ben je zelf. Hoe eerder jij hem werpt hoe meer tijd er is om goed onder je reserve te komen hangen. Om deze tijd te verkorten is het verstandig om regelmatig de beweging naar je greep te maken. Zo train je jezelf om de juiste beweging te maken bij het grijpen naar je reserve.  

2. Pendelstabiliteit
Het tweede belangrijkste criterium is de pendelstabiliteit!
Als een reservescherm tijdens de afdalingsfase pendelt, fluctueert de effectieve daalsnelheid sterk. In extreme gevallen kan
dit leiden tot impactsnelheid van ruim 10 m/s, terwijl de pure daalsnelheid bijvoorbeeld slechts 5 m/s bedraagt! Je kan je dus
voorstellen dat je zo min mogelijk gependeld wil.

3. Daalsnelheid
Het derde belangrijkste criterium is de daalsnelheid! Je wilt het liefst niet te hard neerkomen, maar een te lage daalsnelheid
is ook niet gunstig. Tijdens het afdalen aan een reserve heeft de paraglider de neiging om de piloot naar de zijkant onder de
reserve vandaan weg te trekken. Hierdoor ontstaat de schaarpositie wat de daalsnelheid verhoogd. Met een lage zinksnelheid
kan de paraglider niet veel lift naar de zijkant ontwikkelen waarmee de ongunstige schaarpositie wordt voorkomen. 

Echter, de daalsnelheid mag ook niet te laag worden. De kap wordt minder stabiel en dus gevoeliger voor turbulenties met
als gevolg pendelen en toch weer sneller dalen. In moderate thermiek bestaat de kans dat je gaat stijgen. En in wind zal je te
veel gaan afdrijven.  

Afhankelijk van de normen zijn voor reserveschermen twee verschillende daalsnelheden toegestaan. Volgens LTF is dit 6,8
m/s en volgens de strengere EN12491 slechts 5,5 m/s. Maar waar kunnen we deze snelheden eigenlijk mee vergelijken.

In deze tabel zie je wat deze getallen betekenen in snelheid en spronghoogte. Dat laatste is een stuk makkelijker te vertalen
naar de “werkelijkheid”. Je kan de snelheid dan vergelijken met een sprong die je van de aangegeven hoogte maakt.  

Daalsnelheid DaalsnelheidSpronghoogteNorm 
6,8 m/s 24,5 km/uur2,31 meterLTF-limiet 
5,5 m/s 19,8 km/uur1,51 meterEN  
5,0 m/s 18,0 km/uur1,25 meter  

Minder belangrijke factoren, maar factoren die wel mee kunnen spelen in je overweging van reserve zijn nog:

4. Gewicht en volumen
Als gewicht voor jou een factor is kan je dit zeker meenemen in je overwegingen. Een lichtere reserve is duurder in
aanschaf dan een wat zwaardere.

Het volume is vooral belangrijk voor het inbouwen in je harnas. De reserve moet makkelijk passen en mag niet klem
komen te zitten. Er zijn reserves die kunstmatig een klein volume hebben. Deze passen dan eigenlijk al niet goed in de
binnencontainer wat je vooral zit na het opnieuw luchten en vouwen. 

5. Prijs
De prijs moet je eigenlijk als minst belangrijke factor zien. Bedenk voor jezelf dat een reserve 10 jaar meegaat, en als je
deze daarna nog laat keuren kan hij zelfs tot 12 jaar meegaan. Wanneer je de prijs over deze tijd verdeelt valt het toch mee
aan kosten, die je leven kunnen redden. Toch zijn er prijsverschillen te zien. Dit komt vooral door de factoren wanneer de
reserve op de markt is gebracht. Ondertussen zijn er al veel ontwikkelingen geweest in het verbeteren van de reserves.
Maar je vindt nog steeds oudere modellen op de markt. Ook deze modellen doen zeker hun werk, maar zijn zeker niet
meer de beste. Je betaalt in dit geval dus zeker minder voor de reserve, maar houd er wel rekening mee dat bovenstaande
genoemde punten ook afnemen. 

6. Is de aanbeveling “Blijf 20 % onder het maximale aanhanggewicht” wel terecht?
Lange tijd is er aangegeven dat het verstandig is om 20% onder het maximale aanhang gewicht van een reserve te
blijven. Maar met de ontwikkeling van schermen is de vraag ook ontstaan of dat nog steeds terecht is. Het antwoord op
deze vraag is wat uitgebreider dan alleen ja of nee. 

  • Wanneer de reserve alleen goedgekeurd is volgende LTF-normering en een maximale daalsnelheid hebben van 6,8 m/s dan blijft het advies om daar 20% onder te blijven met je volledige gewicht. 
  • Reserveschermen die zijn goedgekeurd volgens normering van EN-12491 hebben echter al een aanzienlijk lagere maximale
    daalsnelheid van slechts 5,5 m/s. Hier werd deze aanbeveling al afgedekt door de lagere maximale zinksnelheid; verdere
    aftrek is niet nodig.

De crossreserves van Independence zoals de Evo Cross, Ultracross en NG en NG-Light die wij verkopen liggen onder
deze strengere EN standaardwaarde van 5,5 m/s en hebben met de nieuwe ontwikkeling dus niet direct de noodzaak om
20% onder het maximale gewicht te blijven. 

Een hoop informatie en we snappen zeker ook, dat de keuze nog steeds lastig is, het is nou eenmaal een ding wat je liever nooit in je leven ziet ;-). Dus als je nog vragen hebt, stel ze gerust! Ben je nu opzoek naar een nieuwe reserve? Dan kunnen wij je zeker helpen met goed en eerlijk advies. Wij verkopen verschillende type nieuwe reserves. Ook hebben wij een wisselend aanbod van in de school gebruikte reserves die nooit zijn geworpen en in goede staat verkeren, voor een gunstigere prijs. 

Luchten, vouwen en inbouwen
Wij hebben de ruimte en expertise voor het luchten, vouwen en inbouwen van reserves zodat ze het meest optimaal zullen werken als het nodig is. Je kan hiervoor het hele jaar door een afspraak maken om dit te laten doen. Als je je reserve moet werpen dan wil je er natuurlijk zeker van zijn dat deze goed opent. Door fouten ontstaan bij het vouwen of inbouwen kan de opening niet goed verlopen. Hierin geldt ook hoe simpeler de opbouw van de reserve des te zekerder de opening. 

Tweedehands
Kijk uit met tweedehands reserves kopen via marktplaats! Het is belangrijk om te weten waar de reserve vandaan komt en wat er echt mee gebeurd is. Wanneer je hier geen zekerheid over hebt is er geen garantie voor de kwaliteit en daarmee de zekerheid van de reserve.  

Reservegooidag
Liever doe je het nooit, maar hoe mooi is het om dit dan toch in een veilige omgeving te ervaren. Wil je eens ervaren hoe het voelt om je reserve te trekken? Kom dan naar onze jaarlijkse reservegooidag. 

Overzicht van bijzondere momenten.

Inmiddels zit het vliegseizoen 2022-2023 er weer op. Het regenachtige weer in de herfst is een mooie gelegenheid om je materiaal te controleren, het gemaakte beeldmateriaal uit te zoeken en je vluchten nog eens goed te analyseren. In deze blog deel ik een aantal bijzondere avonturen van het afgelopen seizoen. 

  • Vlakkeland vlucht van de Jura naar Berner Oberland
  • Vliegen boven de Italiaanse bergmeren
  • X-Swiss project West naar Oost
  • PR verbeterd: vlakke driehoek van 243km

Vlakkeland vlucht van de Jura naar Berner Oberland

In de afgelopen jaren heb ik het al meerdere keren geprobeerd. Vanaf de heuvels in de Jura, in het noorden van Zwitserland, het vlakkeland oversteken naar de hoge bergen in Berner Oberland. Tot nu toe strandde ik altijd ergens halverwege of net voordat de hogere bergen begonnen. Maar in augustus lukte het me, ondanks de blauwe thermiek, om de volledige oversteek te maken. Ik vloog samen met een andere piloot, wat als voordeel heeft dat je meer kans hebt om thermiek te vinden en om eenmaal in de thermiek ook sneller te zien waar het sterkste stijgen is. Een aantal keer kwamen we laag. Op dat moment is het belangrijk om heel goed te observeren. Zie je vogels, blaadjes, pluisjes of beneden op de grond vlaggen? Zo kwamen we bij een dorpje op ruim 200 meter AGL. Ik had licht stijgen en dan is het belangrijk om direct in te draaien, ook als het een 0 is. Je hebt dan tijd om goed te observeren. Ik zag beneden aan de ene kant van het dorpje een vlag die wapperde. Aan de andere kant van het dorpje zag ik ook een vlag en die had precies de omgekeerde windrichting. Daartussen moest dus thermiek zijn. We lieten ons langzaam die kant op verschuiven en inderdaad, het ging weer flink omhoog. Na 10 minuten zaten we weer 1000 meter hoger. Zulke bijzondere momenten vergeet je niet.

Bekijk de vlucht: https://www.xcontest.org/2023/holland/vluchten/details:annejan/23.08.2023/09:37

Vliegen boven de Italiaanse bergmeren

Vorig jaar ontdekten we bij het X-Swiss project een gave hike & fly startplek in Tessin: Alp Caviano. Deze startplek ligt tegen de Italiaanse grens en is het begin van de Alpen. In het voorjaar kun je hier al mooie vluchten maken. In de bergen ligt er dan nog veel sneeuw, maar in het zuiden is de sneeuw dan al lang gesmolten. In april maakte ik na een mooie hike een vlucht over de Italiaanse bergmeren. Fantastische uitzichten, heel bijzonder. Als het helder weer is kijk je zelfs tot Milaan. Het is in Tessin en Italië wel altijd belangrijk om je vlucht goed voor te bereiden omdat je in sommige dalen niet of nauwelijks landingsplekken hebt. Na een vlucht over de meren landde ik in Cesana Brianza en ging ik nog even langs bij Giorgio waar alle schermen van Airtime worden gekeurd. 

Bekijk de vlucht: https://www.xcontest.org/2023/holland/vluchten/details:annejan/26.04.2023/08:53



X-Swiss project West naar Oost

Tijdens het X-Swiss 2023-project maakten we met 11 piloten van de X-Alps Academy een uitdagende hike & fly-reis van west naar oost Zwitserland. De reis begon in Montreux met als doel Konstanz, met veel bijzondere maar ook spannende momenten onderweg. De eerste dag begon met een uitdagende start met harde wind. ’s Avonds konden we onverwachte vluchten maken bij zonsondergang en direct landen bij de hut.

Op dag twee, van Jaun naar Eriz, leerden we het belang van teamwork en effectieve communicatie, maar ook het verbeteren van vliegstrategieën op basis van eerdere ervaringen. Dag drie stond in het teken van het goed in de gaten houden van het weer vanwege de voorspelde onweersbuien. Het lukte de meeste piloten om tientallen kilometers verder te komen in de buurt van Engelberg. Op dag vier waren flexibiliteit en aanpassingsvermogen belangrijk in verband met een regenfront wat later kwam als voorspeld. In de stromende regen hikten we naar de Klausenpass waar we ons weer op konden warmen.

Op de laatste dag, van Klausenpass naar St. Gallen, waren de uitdagingen de uitvoering en de planning van de dag. We rekenden niet met rugwind op de Klausenpass wat voor vertraging zorgde. Gelukkig waren we op tijd op de juiste startplek voor een hele gave afsluitende vlucht door het Glarnerland naar het noorden over de Walensee richting St. Gallen. Ondanks dat we als groep niet helemaal tot Konstanz zijn gekomen, was de ervaring weer heel bijzonder. Hoogte- en dieptepunten, uitdagingen en nieuwe vriendschappen. Het avontuur benadrukte het belang van teamwork, veiligheid, aanpassingsvermogen en het genieten van de natuur vanuit de lucht.

In het volgende nummer van het tijdschrift Lift vind je een uitgebreid verslag van dit project.

PR verbeterd: vlakke driehoek van 243km

Op 22 mei genoot ik van prachtig vliegweer in Zwitserland, na weken slecht weer. Ik vertrok van Riederalp in Wallis rond 9:30 uur. De thermiek was direct sterk genoeg, waardoor ik al snel 500 meter boven de start zat. In het Goms werkte de thermiek zoals gewoonlijk goed. De meeste piloten vliegen tot de Grimselpas, maar de condities waren zo goed dat ik doorvloog naar Furka en Andermatt. Onderweg naar mijn eerste punt in Andermatt en daarna terug naar Riederalp maakte ik gebruik van de oostenwind.

Op de terugweg na mijn tweede keerpunt ontwikkelden sommige wolken zich tot regen- en sneeuwbuien, dus week ik uit naar de zuidkant van de vallei en keerde later terug naar de noordkant. Ondanks de uitdagingen behield ik mijn hoogte en sloot ik mijn driehoek. Rond 19 uur bereikte ik Riederfurka, waar ik genoot van de laatste thermiekbellen en de ondergaande zon. Wat een geweldige dag en mooie herinnering! Ik schreef hier eerder een uitgebreider verslag van: https://www.airtime.nl/nieuws/vlakke-driehoek-243-km-van-anne-jan/

Op 22 mei was het, na wekenlang slecht weer, eindelijk mooi vliegweer in Zwitserland. Wallis zag er goed uit en daarom ben ik om half 10, met vele andere piloten, gestart vanaf de Riederalp in Wallis, Zwitserland.

De eerste thermiekbel is altijd even spannend. Werkt het al genoeg? Ben ik niet te vroeg gestart? Gelukkig werkte het direct en zat ik binnen 10 minuten 500 meter boven de start.

In het Goms werkte de thermiek zoals altijd ook heel erg goed. Meestal wordt er tot de Grimselpas gevlogen omdat zo rond 12 uur de “Grimselslang” actief wordt, een valwind die ontstaat door het “Alpine pumpen”.

Maar de condities zagen er zo goed uit dat ik besloot door te vliegen naar de Furka en daarna Andermatt. De passen werden op dat moment sneeuwvrij gemaakt, een mooi gezicht al die opspuitende sneeuw door de machines.

Mijn eerste punt van de driehoek in Andermatt gezet waarna ik terugvloog naar Riederalp.

Met de lichte oostenwind ging dit heel erg snel. Verder naar het westen het Rhône dal afgevlogen en slechts een paar keer hoeven te draaien. 

Bij thermiek licht in de remmen zodat je langer in de stijgende lucht vliegt en daartussen 50% met speed gevlogen. Richting het tweede punt van de driehoek in het westen had ik een gemiddelde van tegen de 30km/h.

Dit zou wel eens mijn eerste 200km driehoek kunnen worden dacht ik. Blijven focussen zodat dit zou gaan lukken.

Op de terugweg ontwikkelden sommige wolken zich tot een paar regenbuien die bovenin nog sneeuw waren.

Daarom ben ik uitgeweken naar de zuidkant van de vallei waar ik een uurtje heb gewacht om daarna weer terug te keren naar de noordkant van de vallei toen de zon daar weer goed scheen.

Met de oostenwind waren de thermiekbellen die uit de westflanken kwamen aan de lijzijde maar dit was gelukkig goed te managen. Telkens maximale hoogte gemaakt, het was inmiddels 18 uur en de dag begon langzaamaan op te raken.

Tegen 19 uur kwam ik vrij laag terug bij de Riederfurka die nog vol in de zon stond. Wat was dat een gaaf moment, de laatste thermiekbellen uitdraaien. Boterzachte thermiek. 

Ik kon mijn driehoek volledig sluiten. Met de ondergaande zon maakte ik een video en wat laatste foto’s. Een grote grijns op mijn gezicht. Wat een gave dag, wat een mooie herinnering!

Bekijk hier de vlucht op XContest.

Swing Serac RS

Dit jaar hebben we een nieuwe mogelijkheden op de planning staan! Super leuk om nieuwe dingen te ervaren, ontdekken en aan je vliegervaringen toe te voegen natuurlijk.

Brevet 2 plus week
Heb jij net je brevet 2 behaald en zin om nieuwe avonturen aan te gaan dan kunnen we je zeker aanbevelen om mee te gaan met de Brevet 2 plus week. In deze week dagen we jou als zelfstandig piloot uit om te werken aan verschillende onderdelen. Maar dit wel allemaal onder de begeleiding van een ervaren instructeur. Want we begrijpen maar al te goed dat het ook nog wel spannend is. Zo zullen we je mee nemen naar andere start plekken, laten we je zelf inschattingen maken rondom het weer en begeleiden je daar in. Gaan aan de slag met het verbeteren en uitbreidden van de oefeningen die je beheerst en ga je meer zelfstandig keuzes maken. Leerzaam en super leuk!

Trip naar Noord Macedonië
Ook nieuw in het aanbod is een trip naar Noord Macedonië. Een nieuw land ontdekken waar tal van vliegmogelijkheden zijn. Noord Macedonië staat bekend om zijn eindeloze mogelijkheden van XC vliegen, maar is ook voor de piloot die daarmee net in aanraking komt ideaal om te leren, ervaren en te genieten. Ga jij mee op avontuur?



Het scherm is voor de vuilnisbak

De afgelopen weken circuleert er een onderwerp in mijn naaste kennissenkring: een piloot heeft afgelopen winter een nieuw scherm gekocht. Een hoge B. Vanaf het begin zei hij dat er iets mis was met de vleugel en dat hij heel anders aanvoelde dan de testvleugel die hij eerder had. Ook dit scherm vertoonde tijdens een veiligheidstraining in het voorjaar reacties die zeker niet als ‘comfortabel’ of ‘goedaardig’ kunnen worden aangemerkt. Inmiddels heeft hij het scherm kunnen terugbrengen.

De reden waarom ik dit hier vermeld is niet (!) de vraag of het scherm eigenlijk iets had, of simpelweg niet paste bij deze piloot. De reden is eerder het enthousiasme waarmee andere piloten partij kozen in deze zaak en blijkbaar heel goed weten dat dat scherm slecht is en verbrand of weggegooid moet worden (origineel geluid). Het gaat dan om andere piloten die nog nooit met deze vleugel hadden gevlogen. Die alles alleen wist van horen zeggen.

Ik heb veel nagedacht over deze beoordelingen en het is me eigenlijk onduidelijk wat de motivatie achter deze denigrerende, zelfs verontrustende verklaringen is? En dan bedoel ik niet de mening van experts van echte experts hier, die waren er ook.

Soms heb ik het gevoel dat er gewoon te veel meningen worden verkondigd op basis van aannames, niet op kennis. Soms is niets bijdragen gewoon beter.

Wie gaat er nog lekker vliegen komende tijd?

Robert