Swing RAST

Geplaatst in Column op

Swing RAST 2.0

In 2012 presenteerde Swing het innovatieve RAST systeem aan het publiek. Wij zijn toen het nieuwe scherm, de Swing Mito waarin het RAST systeem is toegepast gelijk gaan gebruiken in de school. Ondertussen heeft Swing niet stil gezeten en is RAST nog uitgebreider getest in verschillende type schermen en in alle denkbare vliegomstandigheden. Hieruit zijn nu 2 systemen ontwikkeld. Rast 1.0 en Rast 2.0. Hieronder kan je zien en lezen wat dat betekend.

RAST in de praktijk op beeld.

Swing RAST 2.0

RAST 1.0

RAST 1.0 ofwel “Die Wand” is een verticaal wand systeem zonder “ventielen” dat inmiddels succesvol gebruikt wordt bij de Swing Mito (LTF A) en Twin RS (Tandem LTF A).

Swing RAST 1.0 zonder ventiel

RAST 1.0 is hoofdzakelijk ontworpen voor schermen met een “groot oppervlak” waarbij stuur/remdruk relevant is. In de praktijk is gebleken dat RAST 1.0 uitstekend werkt. Binnen AirTime wordt de Swing Mito met RAST 1.0 gebruikt.

  • De Swing Mito met het RAST systeem zorgt voor een beter en veiliger startgedrag. Tijdens de opzetfase vult de Mito gelijkmatiger en valt het midden van het scherm niet weg. Bij fouten gemaakt in “meer wind” omstandigheden is er veel minder kans dat de deelnemer ongewild gelift wordt.
  • Het scherm schiet niet meer over bij nul-wind omstandigheden. Tijdens de opzetfase in nul-wind omstandigheden trekt de piloot geen sprint, maar geeft een duidelijke input en versnelt vervolgens gelijkmatig. Op deze manier wordt ook het voorste gedeelte van het scherm gevuld en wordt snel de noodzakelijke lift gegenereerd. Binnen AirTime gebruikten wij de starttechniek al lang voor het uitkomen van het RAST systeem; wij noemen dit de “slow motion start”.
  • Bij een Front-stall, zelfs in de meest zware testomstandigheden, zien we niet langer meer de gevreesde stabiele front rosette. Het lijkt er daarmee ook op dat dit probleem met de komst van het RAST definitief verdwenen is.

Het gedrag van RAST 1.0 bij asymmetrische inklappers is afhankelijk van de oorzaak:

  1. Inklappers veroorzaakt door sterke turbulentie zonder piloot input: scherm klapt na verwachting veel minder diep in bij deze turbulentie. De opening is typisch klasse LTF A.
  2. Inklappers waarbij de piloot wel input geeft met de stuurlijnen: de piloot is in staat om een grote inklapper te voorkomen. Door het aantrekken van de stuurlijnen wordt de schermdruk in het achterste gedeelte van het scherm vergroot waardoor een inklapper kan worden voorkomen.
  3. Gesimuleerde inklappers: met de juiste techniek ( langzaam de riser naar beneden trekken en kort vasthouden) kan met RAST 1.0 een grote inklapper gesimuleerd worden. Echter de reactie door een op deze manier gesimuleerde inklapper kan dynamisch zijn.

RAST 2.0

RAST 2.0 past dezelfde verticale wand toe als in RAST 1.0 “Die Wand”, echter nu met gebruikmaking van zogenaamde “ventielen”. Bij deze variant stroomt de lucht net zoals bij RAST 1.0 snel naar het achterste gedeelte van het scherm tijdens de startfase. Wordt de schermdruk in deze sectie verhoogd door bijvoorbeeld het aanremmen in turbulentie dan sluiten de ventielen bijna volledig. Het achterste gedeelte wordt nog resistenter tegen vervormingen.

Swing RAST 2.0 met ventiel

Start

Er zijn geen verschillen opgemerkt in het startgedrag tussen RAST 1.0 en RAST 2.0.

Inklappers

Het verschil tussen RAST 1.0 en RAST 2.0 merk je het meest bij asymmetrische inklappers: hoe groter en venijniger je de inklappers probeert te simuleren des te kleiner ze worden. Het uitvoeren van andere verstoringen levert hetzelfde gedrag op als RAST 1.0.

Vlieggedrag

Schermbewegingen worden gestabiliseerd door “Die Wand”.

  • Voordelen: het scherm voelt directer, er is betere schermcontrole via de stuurlijnen, meer stabiliteit en beter onder controle te houden in turbulentie.
  • Nadelen: een iets hogere remdruk bij snel gebruik van de stuurlijnen.

Verbeterde performance

Bij het gebruik van RAST 2.0 in “high performance prototype” schermen is gebleken dat de schermen met RAST 2.0 in turbulentie een veel betere performance hebben dan schermen zonder RAST. Hoe turbulenter de omstandigheden des te meer performance ten opzichte van de andere schermen. Echter in normale omstandigheden zijn er geen verschillen in performance waar te nemen door het gebruik van RAST.

Swing Nexus RS met RAST 2.0
Filmopnamen hebben aangetoond dat met RAST 2.0 het achterste gedeelte van het schermprofiel nauwelijks vervormd wordt door turbulentie. Zonder het gebruik van RAST wordt vanaf de B-ophanging het achterste gedeelte van het schermprofiel vervormd wat leidt tot verstoring van de luchtstroming. Opvallend is dat prototypes met RAST 2.0 in turbulentie snelheid behouden en gelijkwaardige prototypes zonder RAST snelheid inleveren.

Tijdens testvluchten met beide RAST systemen valt het steeds op dat schermcontrole via de stuurlijnen veel directer en efficiënter is dan zonder RAST. Er treedt nauwelijks vertraging op, het scherm reageert vrijwel direct op input via de stuurlijnen. Terwijl andere schermen moeilijk te controleren zijn in bijvoorbeeld sterke thermiek, turbulentie of bij gebruik van “full speed” heeft een piloot met RAST totale schermcontrole. Weliswaar wordt de schermdruk hoger tijdens snelle stuurinput echter het scherm reageert direct.

In de toekomst zal er zeker veel gediscussieerd gaan worden over veiligheid en performance door het RAST systeem.

De volgende problemen zijn opgemerkt – tenminste als je ze zo wilt noemen:

  • Uitvoering van gesimuleerde inklappers zijn moeilijk en onrealistisch. Certificering van een scherm is hierdoor erg lastig.
  • Aanpassing van de startfase met nul-wind. Binnen AirTime maken wij al gebruik van de “slow motion start”.
  • Uitvoering van een full stall; het scherm vliegt in het begin merkbaar achteruit en valt wat dynamischer naar achteren weg. Echter bij een diepe stall gedraagt een RAST scherm zich beter en rustiger.

Nieuwe schermen met het RAST 2.0 systeem

Afgelopen jaren zijn de volgende schermen van SWING met RAST uitgekomen.

In de Speedriding schermen zoals de Spitfire is het RAST niet gewenst. Bij het contact met de ondergrond is een extreem flexibele vleugel nodig voor de demping.

De praktijk in beeld.

Er komen steeds meer filmpjes  beschikbaar waarin de werking van het RAST zichtbaar is. Hier een paar voorbeelden met uitleg.

Jeffrey Griffioen was flying out of a thermal in Greifenburg, Austria when he experienced a front stall on his Arcus RS XL (take-off weight: 121kg, harness: Lightness 2).
RAST stops the symmetrical front stall, thereby preventing it from spreading further into the wing’s rear section.
There is thus no risk of a front rosette and the glider opens extremely quickly, without any significant loss of altitude.
The pilot himself reported that he did not respond to the front stall by braking.

 

  • Novice pilot Jennifer Lauritzen was flying her Arcus RS Lite on her introduction to mountain flying in Tollhouse, California, she flew into an area of intermittent turbulent air caused by thermals where she experience this frontal collapse. She captured this view using a helmet mounted GoPro Fusion 360 camera.

 

The Arcus RS pilot was coming in to land in Austria’s Tannheim valley when he experienced an asymmetric collapse shortly before touching down in the intermittently turbulent valley wind.
In this case too, RAST effectively prevents the collapse from spreading further, and the folding line runs practically parallel to the leading edge.
The glider reopens extremely rapidly and there is a flat folding angle, so it doesn’t turn away and there is very little loss of altitude.

 

Not long after the pilot launched in Annecy, he flew his Arcus RS into an area of very strong turbulence generated by thermals.
The resulting collapse initially starts as a frontal collapse, which spreads from the right side of the wing across to the left and changes into a massive asymmetric collapse on the left side.
It is clearly evident how the front stall is stopped at the partition, even without any pilot input, and the asymmetric collapse is then prevented from extending over into the right half of the wing.
Whilst deformation of the canopy affects approx. 80% of the wing at its leading edge, its trailing edge is not affected until well over into the left half of the wing.
The fact that the canopy does not completely empty behind the RAST system means that it re-opens extremely rapidly and there is little loss in altitude (due also to thermal assist).

 

Wij hebben niet alles kunnen vertalen om op onze site te plaatsen. Wil je meer weten dan kan je nog op de site van Swing verder lezen.

 

Reageren